Tuin

Stekken

De vaste plantenkwekerij De Hessenhof geeft elk najaar een workshop stekken. Ik ben fan van deze biologische kwekerij en toog naar Ede. Aan het einde van de workshop vroeg Hans Kramer ons om de kennis en het enthousiasme voor het zelf vermeerderen van planten door te geven. Dus daarom dit stukje over wat ik daar leerde.

Moederbedden bij kwekerij De Hessenhof

Zelf vermeerderen levert je veel vreugde. Maar ook goede, stevige planten. Natuurlijk werk je niet met hormonen of pesticiden. Iets wat het tuincentrum of de laboratoria maar al te graag doen. Je spaart het milieu ook nog eens doordat je het vervoer van jouw planten in vrachtwagens, vliegtuigen of boten niet meer nodig hebt.

Zaaien of stekken

De meest gebruikte manieren van vermeerderen zijn zaaien, stekken, scheuren of oculeren. Zaden verzamelen en zelf zaaien werkt heel goed voor botanische soorten. Deze zaden leveren dezelfde planten als de moederplant. Voor gekweekte planten (cultivars) geldt dit niet. Zij kruisen met elkaar en de eigenschappen van de plant kunnen alle kanten op gaan (denk aan de lessen genetica die je bij biologie hebt geleerd).

Zo’n cultivar kun je herkennen aan de naamgeving van de plant. Familie-soort-‘Cultivar’. De naam tussen de aanhalingstekens geeft aan dat je een cultivar hebt. Je kunt deze dus het beste vegetatief vermeerderen. Bijvoorbeeld C. Dianthus barbatus ‘Dunettii’.

Eenzaadlobbige of tweezaadlobbigen

Eenzaadlobbigen herken je aan zaailingen die niet starten met twee blaadjes zoals een ui. Helaas kun je deze planten niet stekken. Tweezaadlobbigen kun je wel stekken.

Stekken is de beste methode voor vaste tweezaadlobbige gekweekte (cultivars) planten.

Wanneer stek je welke plant?

De beste tijd om te stekken zijn de voorzomer (mei-23 juni) en nazomer (september). De weersomstandigheden zijn dan het gunstigst. In de voorzomer stek je alles wat in de winter kaal wordt. Dan zit er nog groeikracht in de plant. In de nazomer stek je wintergroene heesters, halfheesters, lage rozetvormende planten (rotsplanten) en kuipplanten: de planten die niet(helemaal) winterhard zijn.

Wat heb je nodig?

Voordat je je stekken gaat knippen zorg je dat alle materialen klaar staan. Je stek is teer en je wilt hem zo snel mogelijk in de grond zetten.

Je hebt nodig: stekgrond, 1 ltr plantpotten en een plek om ze neer te zetten en natuurlijk een heel scherp schaartje of mesje.

Stekgrond

Er is stekgrond in de handel die meestal bestaat uit ca 75% turf, 5% scherp zand en 20& perliet. Stekgrond bevat nauwelijks voedingstoffen zodat de stek veel wortels gaat vormen, op zoek naar voedsel.

Zelf stekgrond maken kan ook. Meng dan turf met brekerzand in de verhouding 2:1. Spoel het zand vooraf goed schoon met water. Zo raak je ongewenste vervuiling en mineralen kwijt. Door het kletsnatte zand te mengen met de droge turf heb je meteen de juiste vochtigheid voor je stekgrond. Dit kun je testen door een handje vol samen te knijpen. Er moet dan net (g)een drup water uitkomen.

Vul je pot losjes met stekgrond. Haal de overtollige grond van de bovenkant en tik de pot een paar keer rustig op je werktafel in verticale richting. Meer niet.

Nb gebruik scherp zand, geen klapzand.

Nb2:Turf

Over het gebruik van turf is nogal wat discussie. Hier wordt land voor afgegraven en door de winning komt heel wat CO2 vrij. Hans heeft echter tot nog toe geen goed alternatief gevonden in bv kokosvezel. Zelf gebruiken ze bij De Hessenhof heel weinig stekgrond. Dit doordat ze werken met zaaitrays. Deze trays staan in de kas met een automatische beneveling die de vochtigheid op 90-95% houdt. Thuis drogen de kleine beetjes grond in een zaaitray te snel uit. Alternatief is puur brekerzand of puur perliet…

Schaartje of mesje

Een stek knip of snij je met iets dat heel erg scherp is. De buitenkant van een steeltje bestaat uit het cambium. Deze weefsellaag moet onbeschadigd blijven omdat deze cellen het werk gaan doen; de snijwond helen en daarna de wortels vormen. Een Japans Bonsaischaartje is heel geschikt. Dit heeft twee snijdende delen (dat is niet zo bij een snoeischaar). Een scherp mesje kan ook.

Hoe neem je een stek?

Je kunt op verschillende wijze de stek nemen, afhankelijk van de plant en de hoeveel stekjes die je wilt hebben.

Klassieke stek, kopstek of topstek: Neem een stek van ca 5 cm. De kopstek knip je haaks onder een blad af. Verwijder de bloemknop als die aanwezig is. Haal de onderste blaadjes er af zodat je ca 2/3 met blad en 1/3 kaal steeltje krijgt.

Tussenstek: een stukje stengel met drie blaadjes af. Haal daarna het onderste blaadje er af en haal het dode stukje stengel aan de bovenkant (boven het blad) ook weg.

Lidstek: Knip boven een blad af en steek het stekje tot het blad in de grond.

lavendelstekje

Een stek van halfheesters zoals lavendel neem je een kopstek tot vlak onder het stukje steel dat is verkleurd. Daar begint de verhouting van de stengel. Haal daarna de onderste blaadjes eraf en steek het verhoute deel in de grond.

Winterstek: deze neem je bij bv sparren. Snij een tak van ca 40 cm af bij een knop, potlooddikte. Haal dan aan de onderkant ca 2 cm van het cambium weg aan een zijde. Steek de stek voor 2/3 in de grond.

Hielstekje: hiervoor snoei je eerst de plant. De jonge uitlopers kun je daarna er voorzichtig aftrekken bij het aanhechtingspunt. Aan het stekje zit nu aan de onderkant nog een stukje steel van de moederplant. Knip deze weg en ook de overtollige blaadjes. Steek het stekje schuin in de grond.

Als het blad van een plant groot is, knip je 1/2 van het blad er af.

Een stekje kun je bewaren door een plastic zak van binnen vochtig te maken, de stek er in te doen en daarna de zak opblazen en dichtknopen. Bewaar dit zo koel mogelijk in de schaduw.

De stek planten en verzorgen

Neem de stek tussen duim en wijsvinger en steek de stek in de grond. Net diep genoeg om hem zelfstandig te laten staan. Niet te diep! Duw de grond een beetje aan.

Verzorgen van de stekken

Begiet nu de potten met een fijne broes. Voeg aan het wat er evt een hulpstof toe. De grond moet matig vochtig zijn.

Jonge stekjes in de stekgrond

Zet de potten nu weg in een minikasje of maak er zelf een door een plastic zakje over de pot te schuiven. Zet ze op een koele, vorstvrije plek. In het licht maar uit de zon.

Controleer de plantje regelmatig. Snij evt gele blaadjes weg en haal zieke stekken eruit. Zorg dat het niet gaat schimmelen, Laat de plantjes evt. een uurtje luchten.

De plantjes blijven de hele winter binnen. Zodra ze geworteld zijn kun je de hoeken van de plastic zakjes er af knippen of het kasje op ventileren zetten. Haal na een week het zakje of de kap weg.

Ze kunnen in febr/mrt worden verpot in een P9 pot met potaarde. Hou de plantjes klein, snoei ze regelmatig.

Laat ze even acclimatiseren voordat je ze uitplant in het voorjaar.

Meer informatie over stekken vind je op http://edepot.wur.nl/285534 “Er is geen ander boekje wat de principes van het stekken zo duidelijk omschrijft.” volgens Hans Kramer.

Wees er vroeg bij als je zelf een workshop wilt volgen bij De Hessenhof. Ze zitten snel vol! Veel plezier en succes met stekken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *